De heer Koten

De heer Koten

Voor mij zit een ingenieus en beschaafd man. Nog geen week geleden trof ik hem voor het eerst. De heer Koten. Intellect, wetenschapper, redacteur, levenswijs.

Ik zie hem daar nog aan die leestafel zitten. Hoed op, jas aan, voorover gebogen verzonken in een krant. Zodra ik hem zag wist ik direct, deze man heeft een verhaal. Zonder aarzeling stap ik op hem af. ‘Mag ik u iets vragen?’, zeg ik. Hij kijkt op, schenkt me een glimlach en het ijs is gebroken.

Na een korte kennismaking begint hij te vertellen over genealogie, zijn werk als redacteur, culturen, de geschiedenis. Gebiologeerd hang ik aan zijn lippen. Thuis zoek ik op wat hij nou precies heeft gestudeerd en waarover hij sprak.

Nu zitten we hier tegenover elkaar. Ik stel hem wat vragen. Vrijwel direct verwijst hij mij naar artikelen in de Dukenburger. ‘Als u iets van me wilt weten zoek dan op JW Koten. Daar vindt u alle informatie die u nodig heeft.’ zegt hij. De heer Koten vertelt mij dat hij kerkelijk is. Het geeft hem kracht. ‘Geloof is wat ik zelf denk. Ik pretendeer niet dat er een god is die de waarheid in pacht heeft. Weet u, er bestaan namelijk geen waarheden. Als wetenschapper weet ik dat de waarheid zichzelf altijd weer achterhaalt. ‘Ik luister en kijk hem bemoedigend aan. In zijn toelichting vertelt hij dat men vroeger dacht dat tuberculose genetisch overdraagbaar was en kanker juist weer niet. Inmiddels weten we dat het precies andersom blijkt te zijn. “Zoals de wind waait, zo waait de wind.’ Zijn blik staat ernstig.

Dan vraag ik hem waar hij het meest trots op is. Het antwoord is kort maar krachtig: ‘Nergens op.’ Op de vraag: ‘Waar kunt u het meest van genieten?’ zegt hij zonder slag of stoot: ‘Van helemaal niets juffrouw. Ziet u, als u zo’n jeugd zou hebben gehad als de mijne dan wist u dat het bijna onmogelijk is om te genieten.’ Dan vraag ik hem naar zijn vrouw. Ik zeg hem dat ik in onze eerste ontmoeting heb gevoeld dat hij zielsveel van haar houdt.

Zijn blik lijkt iets te ontspannen en ik zie zijn ogen langzaam vochtig worden. De oude man voor mij verandert van houding. Hij gaat rechtop zitten, buigt iets voorover en zegt: ‘Weet u, iedere dag zodra mijn vrouw ontwaakt zeg ik voor haar een versje op.’ Zijn blik wordt zacht als hij bijna fluistert:

‘Goedemorgen, goedemorgen
Dank voor je goede zorgen
Dank voor je lievigheid
Ik heb je trouw in eeuwigheid’

‘Wat mooi’, zeg ik zacht en vraag hem: ‘Hoe heeft u haar eigenlijk ontmoet?’ ‘Mijn vrouw was de mooiste jongedame van dat studiejaar.’ Zijn kleine ogen beginnen te stralen. ‘Ze volgde bij mij het vak neurofysiologie. Tijdens de leer over het functioneren van de familiestambomen heb ik haar veroverd. Inmiddels zijn we tweeënvijftig jaar getrouwd. Wekelijks nog koop ik bij het bloemenstalletje in de Malvert een bosje bloemen voor haar. Niet zomaar een bos, maar deze stel ik persoonlijk voor haar samen. Zorgvuldig kies ik de bloemen en de kleuren uit. Zo weet ik haar nog wekelijks te verrassen.’

Voor mij zit een warme, zorgzame man. Nog geen week geleden trof ik hem voor het eerst. De heer Koten. Intellect, wetenschapper, redacteur, levenswijs, maar bovenal echtgenoot en vader.

Tekst: Sandy Theunissen; www.jouwtekstschrijver.nl

de heer Koten
de heer Koten

Foto: Henk Hulshof; www.henkhulshof.com

 

 

0