Remko Theunissen

Remko Theunissen

Verscholen achter een rij bomen doemt opeens een knalrood hek op. Hier moet het zijn. Op een bord lees ik in gekleurde letters ‘de Hof van Wezel’. Door een wolk van wilgenpluis rijd ik het terrein op. Na een paar bochten parkeer ik mijn auto langs het pad in de berm. Remko komt mij al tegemoet. We schudden elkaar de hand. Dit is de tweede keer dat ik hem zie, maar weer ben ik onder de indruk van zijn lengte. Met zijn 2.03 meter torent hij hoog boven mij uit. We steken de straat over en direct kijk ik mijn ogen uit.

Nog voordat ik zijn plaats betreed valt mijn oog op een grafsteen zonder naam. ‘Die heb ik gekregen bij een klus’, vertelt Remko. ‘We werden gevraagd om de graven op een oud kerkhof te ruimen. Wel wat luguber, maar een klus is een klus. Alles werd gesloopt, maar deze vond ik zo mooi. De steen is al heel oud. Ik mocht hem houden als ik de naam eraf zou halen. Inmiddels staat hij daar alweer een paar jaar.’

Ik loop iets verder en ga de houten woning binnen. Het heeft iets weg van een tuinhuis, alleen dan wel maat XXL. Binnen staan twee bedden, wat ander meubilair, dozen vol met platen en aan de stalen constructie hangen verschillende lampen. Aan de achterkant van zijn huis is veel groen. Er loopt een sloot met daaroverheen een loopbrug. Voor zijn huis heeft hij een open tuin compleet met vijver, 3 bakfietsen, kachels en een reusachtige stenen barbecue. Verder staat er een boom die volhangt met kannen en cafetieres. Aan de linkerkant staat een palmboom en overal waar ik kijk zie ik kabouters. ‘Het waren er een stuk of 30, maar inmiddels heb ik ook al een aantal weggegeven’, lacht hij.

Aan de gerooide boomstam, die dienstdoet als ondersteuning voor de overkapping, hangt een koeienkop. Remko volgt mijn blik. ‘Die heb ik tijdens een van mijn vele reizen door Slovenië meegenomen. Slovenië is een prachtig land. Ik kom daar graag. Een goede vriend van mij komt daar vandaan. Hij woont nu ook hier.’ Remko wijst naar rechts. Ik zie een donkere stacaravan staan. Hij woont dus echt dichtbij. ‘Zijn vriendin en kind wonen tussen ons in’, vervolgt hij zijn verhaal. ‘Voormalig Joegoslavië is prachtig. Ben je daar weleens geweest’? Ik knik. Ik ben het volledig met hem eens. De ongerepte natuur, vriendelijke mensen, de vrijheid en rust. Ik snap wel dat hij daar dol op is.

Dan wijst Remko naar een auto helemaal links vooraan zijn tuin. ‘Daar staat mijn meest kostbare bezit. Ik krijg er waarschijnlijk niks meer voor, maar voor mij heeft het veel waarde. Het is een rode Opel Kadett uit 1979. Mijn derde auto. Ik heb hem overgenomen van de oma van mijn toenmalige vriendin. Het is de laatste in zijn soort. Hierna kwamen er andere modellen. Inmiddels staat hij al 20 jaar stil, maar overal waar ik ga, gaat hij met me mee.’

Remko maakt voor ons beiden een kop koffie. De wilgenpluis dwarrelt nog steeds om ons heen. Ik neem een mok van hem aan en terwijl ik geniet van mijn eerste slok vraag ik hem: ‘Waar heb je eigenlijk overal gewoond?’ ‘Ik ben opgegroeid in Winssen. Mijn ouders hebben daar een huis aan de dijk. Mijn eerste eigen woning was midden in de stad. Daarna volgde Bemmel, een boerderij in Nijmegen-West, een appartement bij de Sint-Stevenskerk, Vila Kraaksteen in Berg en Dal. Zo heet het niet, maar zo noemde we het’, grijnst hij. ‘Een van de mooiste locaties was Ford Pannerden en voordat ik hier kwam wonen heb ik op het mobilisatie-complex in Alverna geleefd. Ik woonde daar in een loods van maar liefst 450 vierkante meter. Deze stond helemaal vol spullen die ik door de jaren heen heb verzameld.

Het huis waar ik nu woon heb ik vorig jaar in 3 maanden tijd gebouwd.’ Trots laat hij me de foto’s zien. ‘Het meeste hout is afkomstig van pallets. De staalconstructie komt uit een kas en de fundering is van stalstenen. De reden dat ik voorheen heb gekraakt en nu hier woon heeft alles te maken met mijn visie op het leven. Ik wil niet werken om te kunnen wonen. Liever betaal ik zo min mogelijk aan woonlasten, zodat ik de dingen kan doen die voor mij echt de moeite waard zijn. Ik voorzie in mijn levensonderhoud door geregeld bij de Plak als portier aan de deur te staan. Officieel ben ik tuinman van beroep. Ook daar klus ik nog weleens in bij, maar veel tijd besteed ik aan allerlei hand en spandiensten. Zo bouw ik bijvoorbeeld veranda’s en help ik vrienden en anderen die mijn hulp goed kunnen gebruiken.’

Al luisterend naar zijn verhaal hoor ik vogels fluiten. Iets verderop kraait een haan. Kuikentjes en een zwarte eend komen waggelend de tuin in gelopen. Wat een rust.

We eindigen onze ontmoeting met een rondleiding over het terrein. Door de witte pluisjes heen lopen we langs allerlei verschillende recreatieplekken. We lopen langs een stuk grond waar zijn vriendin waarschijnlijk ooit wil gaan verblijven. Een creatieve fotograaf met eveneens een vrije geest. Ze woont nu nog ergens anders, maar heeft hier alvast een plekje uitgezocht.

Remko vertelt mij over het ontstaan van recreatielanderij ‘De Hof van Wezel’. Het is ooit begonnen als een terrein met moestuinen. Het heeft een poos geduurd voordat dit terrein is gelegaliseerd. Nu het zover is verblijven jaarlijks zo’n 40 mensen op een vaste plaats. In totaal is er plek voor 150 recreanten. We worden door iedereen die we tegenkomen vriendelijke begroet. We lopen langs tuinen, caravans, houten vertrekken, gekleurde volkswagenbusjes, een grote weide en over een dijkje. Ergens in een hoek wordt wel een heel bijzonder onderkomen gebouwd. Een constructie van gerooide bomen. Alles wordt gemaakt van natuurlijke materialen. Het is nog niet af, maar het ziet er nu al indrukwekkend uit. Het doet me denken aan een reusachtige lemen hut. Alleen dan nu nog zonder leem.

Dan zijn we weer terug bij het beginpunt. Na nog een keer om me heen te hebben gekeken nemen we afscheid. Remko, een man met een imposant gestalte, vriendelijk gezicht en een vrij unieke levenswijze. Wat een heerlijke plek heeft hij uitgekozen om het leven te vieren. Wie Remko ooit heeft ontmoet zal hem niet snel meer vergeten.

Tekst: Sandy Theunissen; www.jouwtekstschrijver.nl

Remko in Hof van Wezel
Foto: Henk Hulshof